maandag 23 april 2012

¿Hay una vida despues de Erasmus?

Mijn leven in Salamanca heeft hier weer zijn gewone draai gevonden. Uitgaan, lessen volgen, bachelorpaper schrijven en in het weekend uitrusten. Eerst en vooral zal ik de familie en de sceptici (“Dient dat belastinggeld gewoon om wat studenten op vakantie te sturen?”) onder de lezers goed nieuws meedelen: mijn bachelorpaper telt 10 dagen voor de deadline 8800 woorden. Nu nog de laatste vragen naar mijn promotor mailen, conclusies schrijven, het geheel eens overkijken, een vliegticket naar België boeken en hem daar gaan presenteren. Met andere woorden: bachelorpaper afwerken in eerste zit, check!

Ondertussen zit het eerste semester er al enkele maanden op, en het tweede binnenkort ook. Dat betekent dus dat de mensen die in het eerste semester op Erasmus geweest zijn al een nieuw leven opgebouwd hebben. Of niet?
Het is maar hoe je het bekijkt. Ik heb al alle soorten verhalen gehoord. De ene heeft het moeilijk met zich terug aan te passen en kijkt vol heimwee terug naar zijn Erasmus, de andere heeft zijn leven een nieuwe invulling gegeven, nog een ander keert terug naar zijn oude leven en de slimsten proberen het beste van twee werelden te combineren. Het zet mij aan het denken. Hoe zal ik mijn leven aanpakken na een jaar in Salamanca? Tot welk van de typologieën die ik zonet beschreven heb zal ik behoren?

Heimwee
Heimwee is een gevoel dat iedereen die op Erasmus is geweest sowieso wel kent. Moeite om je terug aan te passen hebben velen allicht ook. Dit mag echter geen overwegend gevoel worden. Mijn week in België leerde mij dat je terug aanpassen voor zo'n korte periode eigenlijk heel makkelijk ging. Hopelijk lukt dit op lange termijn ook. Het zal met vallen en opstaan worden, maar ik zie het wel zitten en kijk er af en toe ook wel naar uit.

Terug naar het oude leven? 
Sommige mensen zijn eigenlijk nooit op Erasmus gegaan met de bedoeling een nieuwe wending te geven aan hun leven. Ze zijn een paar maand op vakantie in het buitenland, hebben nooit echt de intentie zich daar te integreren, studeren zo veel als noodzakelijk maar amuseren zich vooral zoveel mogelijk en keren daarna gewoon naar huis. En uiteraard is daar niks mee, iedereen zijn eigen manier. Anderen hebben echter wel de intentie iets nieuws te hebben in hun leven maar keren daarna gewoon terug naar hun oude leven omdat het nu eenmaal vertrouwd en veilig aanvoelt. En dat vind ik dan maar lame. Veel woorden, weinig daden. Dit is alvast niet hoe ik mijn leven na Erasmus wil.
En eigenlijk kan dat ook niet omwille van een heel simpele reden: mijn oude leven, dat bestaat niet meer. Het studentenleven dat ik gisteren kende, wordt morgen beleefd door een nieuwe generatie waar ik nog weinig affiniteit mee heb. Dat lint, die kiel, die gekke feestjes, dat presidium: dat zal er volgend jaar simpelweg niet meer zijn. En ben ik daar rouwig om? Absoluut niet. De vrienden die ik maakte, zijn dat vandaag en ook volgend jaar nog steeds. En zij zijn de enigen die er toe doen.

Een nieuw leven dan maar? 
Nieuwe plannen en ideeën, daar zit mijn hoofd vol mee. Ik probeer ze realistisch te houden, want als er een ding is waar ik het voor heb zijn het mensen die om ter gekste plannen maken om ze dan niet uit te voeren. Ik geef enkele voorbeelden van ideeën, zaken die ik vroeger niet deed maar nu wel wil doen
  • Nieuwe dingen in Gent ontdekken (cultuur, nieuwe cafés)
  • Dit najaar teruggaan naar Salamanca voor Prakriti, Alfie, Laura en Justin 
  • De komende jaren reizen naar Noord-Amerika (Canada en VS) en India 
  • Eigenlijk valt dit gewoon onder de noemer: contact houden met mensen die ik op Erasmus ontmoet heb en ze gaan bezoeken (ook in België, beide kanten van de taalgrens zowaar) 
  • Om bovenstaande zaken waar te kunnen maken: voldoende werken, als het even kan ook in het jaar
  • Mij inschrijven voor couchsurfing 
  • Erasmussers in Gent leren kennen 
  • ... 

Het beste van twee werelden 
Een ander voornemen heeft dan weer alles met mijn oude wereld te maken. Oude vrienden niet verwaarlozen, en dus ook geen tijd meer verspillen aan mensen van wie gebleken is dat ze het niet waard zijn.
Het resultaat van deze denkoefening is heel eenvoudig: het goede van vroeger bewaren en aanvullen met het goede van het nieuwe. Zo wil ik mijn leven in Vlaanderen iets nieuws geven. En wie weet ga ik in de toekomst nog wel eens een tijdje naar het buitenland. Stiekem droom ik van niet meer te studeren maar te werken in het buitenland. En dan valt de naam Zuid-Afrika wel eens. Maar dromen zijn dromen. Wie weet worden ze ooit waarheid, wie weet worden ze vervangen door iets dat het volledig waard is om dromen voor te laten vallen. Maar dat zien we dan wel. Van een ding ben ik na dit jaar in elk geval overtuigd: als je iets ECHT wil, is het mogelijk.

Hasta luego!

maandag 16 april 2012

La reintegración


In mijn vorige blog stelde ik vast dat mijn tijd hier beperkt is. Ik besloot dan ook om mijn week in België te zien als een poging tot re-integratie in mijn geboorteland. Het resultaat was niet gegarandeerd. Mijn vorige bezoekjes aan ons belgenlandje voelden telkens aan als vakantie. Want zeg nu zelf: een lustrum van de VGK en eindejaarsfeesten, dan is het nogal moeilijk je niet in vakantiesfeer te voelen. 

Zaterdagavond kwam ik aan in de luchthaven om vervolgens naar Oostende te gaan. Pasen was een rustige bachelorpaperdag met Parijs-Roubaix als tussendoortje en een heerlijk diner als afsluiter. Maandag trok ik naar het Waasland om mijn familie en vrienden daar op te zoeken. Ik genoot er enorm van om nog eens bij te praten, een boterham te eten (klinkt zo banaal voor Vlamingen maar hier in Spanje is het een en al stokbrood) en 's avonds uiteraard een paar lekkere biertjes te drinken. 
Vanaf dinsdag was ik weer in Gent te vinden. Velen zeggen dat je pas weet wat je mist als je het niet meer hebt, bij mij was het omgekeerde waard: ik besefte wat ik gemist heb toen ik het weer voor mijn neus kreeg. De leuke momenten in de Korianderstraat, de vakbibliotheek en Café Amber: ze waren er allemaal weer en ik apprecieerde ze.

 

Twee bijzondere zaken blijven mij bij van de afgelopen week. Het eerste is het weerzien met enkele andere erasmussers die ik niet meer gezien had sinds afgelopen zomer: Michiel en Maaike. Het was geweldig om eens bij te praten met mensen die vorig jaar samen met mij in het presidium zaten en net als mij besloten het studentenleven in Gent achter te laten voor een buitenlands avontuur. Dat schept een band die gesprekken mogelijk maakt die je met anderen niet zou kunnen hebben.
Het tweede dat mij bijblijft, was de vrijdagavond in de Amber. Onze goede vriend Jacques werd 80 jaar en dat moest uiteraard gevierd worden. De opkomst was talrijk, de verrassing voor Jacques compleet. Zelfs een deel van de studentenfanfare liet ondanks hun kiescantus die avond van zich horen. Net als de bijdrages aan het gigantische cadeau: een vliegticket naar het enige continent waar Jacques nog niet geweest was: Oceanië. En met een budget van €1040 komt dat wel heel dichtbij!


En zo kwam er een einde aan mijn week in België. Voor de eerste keer vond ik het jammer terug op het vliegtuig naar Spanje te moeten stappen. Dat ging overigens niet van een leien dakje: de vlucht had een uur vertraging waardoor ik in alle haast een taxi moest nemen in Madrid om mijn laatste bus te halen. Een taxi die zowaar... 35 euro kostte. Dank u Ryanair!
Op studievlak was de week een matig succes. Voor mijn bachelorpaper ziet het er goed uit, maar HP2 zal de deadline van eerste zit niet halen. Daarvoor was de week te kort en de opdracht veel te onduidelijk. Het enige dat er opzit is mij eerst op de belangrijke zaken focussen: eerst Spanje, daarna Gent. Jammer dus dat het voornemen van eerste zit mislukt maar misschien is maar beter zo.

Balans van de week: reïntegratie geslaagd. Ik voel mij klaar om terug naar Vlaanderen te komen. Af en toe krijg ik wel eens een gevoel dat ik het hier wel gehad heb in Salamanca en dat het dus maar best is dat ik niet te lang meer blijf. Gelukkig word ik er nog regelmatig aan herinnerd dat dit niet ook niet helemaal waar is. Vandaag bijvoorbeeld werd in Salamanca el lunes de aguas gevierd. De hele stad zakte af naar de Tormes voor een gigantische picknick. Deze traditie dateert uit langvervlogen tijden waarbij op deze dag de hoeren terug de stad inmochten. Tijdens de Goede Week werden ze immers weggestuurd, waardoor de mannen van Salamanca moesten kinnenkloppen en collectief gingen kijken naar de hoeren die de brug over kwamen. Toch wel een rare, lichtjes vieze traditie zelfs. Spanjaarden, het blijft een ras apart. 

Hasta luego!

dinsdag 3 april 2012

¡Joder, ya abril!

“And now the end is near...”

Zondag was 1 april. De dag der grappen was voor mij echter pure realiteit. Dat bleek jammer genoeg trouwens ook over het nieuwe parcours van Vlaanderens mooiste, die ik desondanks met veel plezier live volgde op het internet.
Diezelfde dag deed ik ook enkele vaststellingen:

Eerste vaststelling: de berg schoolwerk. De bachelorpaper gaat met trage stapjes vooruit en tussendoor probeer ik nog eens een blik op andere taken (wees vervloekt, HP2) te werpen in de hoop alles in eerste zit te kunnen indienen. Als het even kan ook HP2. Vorige week kondigde ik reeds aan dat de grote reisplannen er grotendeels opzitten. Er zal allicht nog wel eens een daguitstapje zijn, maar voor de rest is het bittere ernst tot 8 juni. Dan is het officiële einde van de eerste zit in Salamanca en dus, als het een beetje meezit, ook van mijn studies hier.

Tweede vaststelling: de paasvakantie. In Gent is deze al bezig maar deze week begint ook Salamanca zachtjes aan leeg te stromen. Vele studenten keren de stad een week de rug toe en gaan elders genieten van hun vakantie. Ik heb nog les tot en met woensdag, zaterdag stap ik op het vliegtuig richting Charleroi.

Derde vaststelling: enkele van mijn beste vrienden vertrekken al binnen een maand. En helaas hoort mijn kotgenoot Forrest daar ook bij. Hij kwam zondag terug na twee weken reizen met het droeve nieuws dat hij vervroegd naar huis vertrekt. Samen met hem steken ook onze goede vrienden Taylor en Veronica begin mei al de grote plas over.

Vierde vaststelling: de programmatie van Rock Werchter staat online, waardoor ik met mijn vrienden al volop keuze's aan het maken ben welke concerten we allemaal zullen zien op de epische dag die 28 juni belooft te worden.

Bon, tot zover de vaststellingen. De wetenschappelijke vormgeving van deze blog verplicht mij uit deze vaststellingen conclusies te trekken. En dan zegt de captain obvious in mezelf: verdorie, het is al april! Het grootste deel zit er al op en binnenkort ben ik hier niet meer. Ik kan er dus maar beter dubbel en dik van genieten.
Tevens begin ik ook meer en meer de balans op te maken van een jaar in Salamanca. Maar die balans, mijn beste lezer, krijgt u pas gepresenteerd als het er definitief opzit. Een tipje van de sluier kan ik alvast oplichten.

“I did it my way”

Hasta luego!

woensdag 28 maart 2012

Un poco de Belgica en España

Na mijn Baskisch avontuur van vorige week had ik drie dagen rust. Al is rust natuurlijk zeer relatief als je dagelijks les om 9u hebt en daarnaast ook nog eens vanalles te doen is. Zo speelde ik maandag voor de tweede keer in mijn leven beerpong, dinsdag was onze wekelijkse uitgaansavond in de Irish Rover en woensdag stond er 5 uur les op het programma nadat ik mij 's nachts om een paar dronken mensen bekommerd had. Het hoeft dus geen verdere verklaring dat ik woensdagavond uitgeput in mijn zetel neerplofte en dacht: laat ze maar rap komen!
De volgende ochtend was het dan ook zover. Ik nam de bus naar Madrid om Stijn, Kimmy en Emma te verwelkomen, de huurauto op te halen en op roadtrip te vertrekken. 

De eerste stop was al diezelfde middag bij Valle de los Caídos. In deze vallei liet Franco in 1940 een groot herdenkingsmonument bouwen voor de slachtoffers van de oorlog. Het monument is een basiliek die in een gigantische rots is ingehouwen. De opschriften op de muren vertellen ons dat de slachtoffers zijn “gesneuveld voor God en Spanje”, wat ons al direct veel leert over welke slachtoffers Franco herdacht en welke niet.

Diezelfde avond kwamen we aan in Salamanca en genoten mijn vrienden van de gastvrijheid op de Plaza de San Justo. Alfie had zoals gewoonlijk een overheerlijk maal bereid. Daarna wou ik hen het Spaanse nachtleven tonen maar helaas hadden ze daar geen fut meer voor na zo'n lange reis. De avond erna hadden ze gelukkig wel genoeg energie om de legendarische gintonic in café Revolutum te proeven. 
Vrijdag stond dan Salamanca zelf op het programma. Ik toonde hen de kathedraal, de universiteit, de Plaza Mayor en de Puente romano. Het weer was gelukkig al een pak beter dan eerder die week. Zo konden we een ijsje eten op de Plaza Mayor en een hilarische, dansende Chinees aanschouwen waarvan het hele plein in de ban was. Zaterdagochtend vertrokken we met de auto voor een gigantische roadtrip door Castilla y Leon die ons langs Leon, Astorga, Sierra de la Demanda, Burgos en Palencia bracht. We waren in aangename steden, zagen prachtige kathedralen en reden door pittoreske dorpjes en natuur. Zondagavond waren we dan eindelijk terug in Salamanca, uitgeput maar gelukkig. 

Maandagochtend deden we nog even een gezellig uitstapje naar een industriegebied vooraleer het afscheid aanbrak. Emma, Stijn en Kimmy reden terug naar Madrid en ik bleef achter in Salamanca. 



En dat is meteen ook het (tijdelijke) einde van de grote reisplannen. Net op tijd voor Pasen ben ik terug in Vlaanderen voor een week en in de tussentijd ga ik proberen mij zo goed mogelijk op die bachelorpaper te concentreren. Al blijven er, zoals altijd, ook meer dan genoeg dingen die voor afleiding zorgen. Deze week bijvoorbeeld hebben we de verjaardag van Charlotte en het bezoek van de ouders van Prakriti. Zij zijn helemaal uit New Delhi naar Spanje gevlogen om hun dochter te bezoeken. De kennismaking was heel aangenaam, ze brachten ons typische cadeau's uit Indië en de gesprekken waren zeer interessant. En zo werd ik nogmaals herinnerd aan een van de meest geweldige aspecten van mijn Erasmus: kennismaking met mensen uit andere culturen die vaak heel verschillend en tegelijk vrij gelijk zijn. 

Hasta luego!

maandag 19 maart 2012

Luze bizi Euskal Herriko!

Terwijl ik dit schrijf, zie ik het groene landschap voorbij razen. (En al direct moet ik toegeven dat dit een leugen was gezien de trein op het moment dat ik die zin schreef, net door een tunnel reed). Tot nu toe werden deze blogs telkens op mijn bureau in Salamanca geschreven, maar een treinrit van zes uur geeft een mens genoeg tijd om eens iets nieuws te proberen. 

Laat ons voor de duidelijkheid teruggaan naar het begin van dit hele verhaal. Vrijdagavond 9 maart kwam Sarah aan in Salamanca. Het werd een tof weekend met veel vrienden en eten. Een fancy diner vrijdagavond, een fantastische lunch zaterdagmiddag en zoals gewoonlijk een luie zondag. Maandag werd dan de dag van de grote beslissing. Zouden we naar het Baskenland gaan of niet? 

Het werd een overtuigde ja. Diezelfde nacht namen we de trein om de volgende ochtend aan te komen in San Sebastian. Op een ongezond vroeg uur wachtte Jochen ons daar op. Ik ontmoette mijn naamgenoot afgelopen zomer tijdens mijn vakantiejob in het Rijksarchief. Het toeval wou dat we het volgende jaar allebei naar Spanje gingen, zij het naar verschillende steden en met verschillende intenties. Ik ging op Erasmus naar Salamanca, Jochen ging een jaar Engelse les geven in San Sebastian. Plannen om elkaar op te zoeken werden al rap gemaakt en zo geschiedde. 



Ik wou vooral naar het Baskenland om de natuur te zien. Ik genoot dan ook met volle teugen van een tocht door de bossen in de omgeving en de uitzichten op de kliffen bij de Atlantische Oceaan, op de baai in San Sebastian en de prachtige stranden. Maar onze reis was meer dan dat. In Bilbao bezochten we het Guggenheim, dat ik echter enkel van de buitenkant interessant vond, om vervolgens verder te trekken naar Gernika. 
Gernika is een klein Baskisch stadje dat tijdens de Guerra Civil volledig plat werd gebombardeerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Vandaag de dag is daar echter niks meer van te merken, op enkele musea en memorials na. Het museum van de vrede was erg interessant en schepte een duidelijk beeld van zowel de Spaanse burgeroorlog, het bombardement en het leven erna. 
We bezochten ook Hondarribia en Hendaya, twee Baskische dorpjes die toch grondig verschillen omwille van een doodsimpele reden. Hendaya ligt aan de Franse kant van de grens, Hondarribia aan de Spaanse kant. Enkel 5 minuten boottocht was het verschil tussen een plek waar uitsluitend Frans of uitsluitend Spaans gesproken wordt. We genoten van het mistige strand en de typische kleurrijke huisjes. De laatste dag was het tijd voor Pamplona, een stad die vooral bekend is voor de beschrijvingen van Hemmingway en de stierenlopen in juli (een Spaanse traditie die ik toch nooit volledig zal begrijpen).    


 





Wat mij vooral opviel was hoe weinig er Baskisch gesproken werd. Overal in de straten hoor je Spaans gemengd met Engels en Frans gesproken door toeristen. Basksich zag ik vooral geschreven. Alle borden op straat zijn tweetalig, affiches vaak enkel in het Baskisch. De laatste dag was ik getuige van nationalistische manifestaties in de straat. Overal zag je affiches voor de algemene staking, de overplaatsing van politieke gevangenen naar gevangenissen in het Baskenland en oproepen voor onafhankelijkheid. In sommige cafés hingen ook posters die verwezen naar de IRA, de Palestijnse kwestie of vrouwenrechten. 

Het Baskenland blijft dus een geval apart in Spanje. Maar er zal toch nog wat moeite nodig zijn, zeker nu we de ETA niet meer hebben om de kwestie levendig (of ook wel bloederig) te houden, om te vermijden dat het Baskische verhaal binnekort uitverteld is.

In elk geval, mijn verhaal van deze week is uitverteld.

Agur!

vrijdag 9 maart 2012

La vida madrilena

Veel steden in Spanje worden de mooiste, beste of aangenaamste stad van het land genoemd. Madrid, hoofdstad onder de reeks steden der steden is vooral de stad van de drukte. Veel mensen, veel bars, veel winkels, veel metro's, veel auto's. Van autovrije zone's hebben ze in Spanje trouwens nog niet gehoord.

Samen met Forrest verkende ik de stad drie dagen en nachten lang. Normaal kwamen er nog mensen, door omstandigheden lukte dat helaas niet. Gelukkig was er nog de lokale bevolking in Madrid. Nog eens uitgaan met Karan, een Indiër die we via Prakriti ontmoetten toen hij eens een weekend Salamanca onveilig kwam maken, was plezier verzekerd. Hij had samen met zijn vrienden het geniale plan eens Brussel te bezoeken op zaterdag maar door een foutje was de terugvlucht op dezelfde dag als de heenvlucht waardoor hun citytrip slechts 7 uur duurde. Toen ze vrijdagavond dan opeens een Belg tegen het lijf liepen, wouden ze dan ook alles weten over Brussel en hoe ze hun tijd daar zo goed mogelijk konden spenderen. Als echte Belg zijnde gaf ik hen een lijstje bieren om te proberen, helaas was dat zonder de kater gerekend die Karan overhield aan vrijdagavond. Gelukkig zijn we ook daar op voorzien in België met wafels en frieten.

                       

Maar goed, deze blog zou over Madrid moeten gaan en niet over Brussel. Er is echter iets dat Madrid niet heeft en wat dus een teleurstelling kan zijn als je dat niet op voorhand weet. Er is niet zo veel te zien. Je hebt het koninklijk paleis, het Prado, Reina Sofía, even over de Plaza Mayor en Puerte del Sol lopen en dan... Ja, dan heb je het eigenlijk wel bijna gehad. Er is ook nog El Escorial, het oude paleis van de Spaanse koningen op een uurtje trein van Madrid, dat we op zaterdag bezochten.
Wat mensen voornamelijk leuk vinden aan Madrid zijn de vele uitgaansmogelijkheden bij de Puerta del Sol en de mooie parken waarin het aangenaam vertoeven is in de zomerse warmte.

Van zomerse warmte was er helaas nog geen sprake, van vele uitgaansmogelijkheden uiteraard wel. Zoals al gezegd gingen we een avond op café met Karan en zijn vrienden, en ook wel een beetje met de dronken Schot die supergoed pool speelde. De andere avonden amuseerden we ons met aanschouwen van dronken Amerikanen, die al eens een bad nemen in de fontein op Puerta del Sol, door te converseren met enkele Spanjaarden die vol lof waren over ons Spaans en door in al onze naïviteit een promotor te volgen die (zo bleek) ons niet naar een café maar naar een hoerenkot bracht.

              

U leest het: het weekend was best geslaagd.

Hasta luego!

dinsdag 28 februari 2012

I like to be in America

Er was een tijd waarin we allemaal droomden over Amerika. In Europa was er oorlog, ellende, honger en verdrukking. In Amerika was er vrijheid, verdraagzaamheid en rijkdom. Generaties lang verlieten mensen alles wat ze hadden in de oude wereld en werden ze bij aankomst in New York verwelkomd door het Vrijheidsbeeld. Immigranten bouwden er een nieuwe samenleving op die beter en grootster zou zijn dan wat ze ooit gekend hadden. En toen het in de oude wereld helemaal vierkant draaide en fascisme het hele continent inpalmde, waren het de Amerikanen die ons kwamen bevrijden met chocolade, sigaretten en Coca Cola. 
Tijden zijn veranderd. In plaats van vrijheid brengt de VS ons vandaag oorlog en economische crisis. Men is er bang van alles. Van hun eigen regering die te veel macht krijgt met de 'health care bill', van de groei in China, van de oorlog, van terrorisme en vooral van buitenlanders. Het land dat ooit opgebouwd werd door immigranten bouwde zelfs even muren aan zijn grens met Mexico en kruipt beetje bij beetje terug in zijn schelp. 
Amerikanen worden niet meer bewonderd maar uitgelachen. Ze worden gemeden wegens te luid, te dronken en hun onwil/onkunde om Spaans te praten. En als ze het al kunnen is het met meest vreselijke accent dat je je kan inbeelden.

Nu, het dient gezegd te worden: er zitten er ook wel toffe tussen. Mijn kotgenoot Forrest bijvoorbeeld beantwoordt slechts op weinig vlakken aan het stereotiepe beeld dat wij erop nahielden van Amerikanen. Hij is een rustige, sympathieke jongen die goed Spaans spreekt en helemaal geen probleem heeft om met mate te drinken. 
Via hem en Prakriti heb ik er een heel pak ontmoet. De ene beantwoordt enorm aan het cliché, de andere amper of niet. In elk geval: ze zijn doorgaans wel vrij sympathiek.



Afgelopen zondag deed ik met drie Amerikanen een tripje into the wild. Het werd een fijne dag met enkele pittoreske dorpjes en een fikse wandeling. Het deed mij soms verdacht veel aan de Ardennen denken. Overal bos, nog een beetje herfstkleuren in het landschap, hier en daar een klein watervalletje en op het einde een dorpje waar er in het enige café een aantal bejaarden zaten te kaarten en een beetje later naar voetbal te kijken.


Het was dus eens iets anders de laatste twee weken. Eerst een klein, charmant, typisch dorpje met stierengevechten en de week erna een tripje in de natuur. Maar genoeg daarvan. Als de tussentijdse deadline voor mijn bachelorpaper op 1 maart erop zit, wordt het eindelijk tijd voor de stad der steden. Madrid, de hoofdstad van Spanje. Stad van de hitte in de zomer, de kunst in het Prado, de aangename sfeer in de barrios en de fiesta en indignados op de Puerta del Sol. Tot nu toe ben ik er slechts heel even geweest, tijd dus om de stad volledig in mij op te nemen. 

Hasta luego!