dinsdag 3 april 2012

¡Joder, ya abril!

“And now the end is near...”

Zondag was 1 april. De dag der grappen was voor mij echter pure realiteit. Dat bleek jammer genoeg trouwens ook over het nieuwe parcours van Vlaanderens mooiste, die ik desondanks met veel plezier live volgde op het internet.
Diezelfde dag deed ik ook enkele vaststellingen:

Eerste vaststelling: de berg schoolwerk. De bachelorpaper gaat met trage stapjes vooruit en tussendoor probeer ik nog eens een blik op andere taken (wees vervloekt, HP2) te werpen in de hoop alles in eerste zit te kunnen indienen. Als het even kan ook HP2. Vorige week kondigde ik reeds aan dat de grote reisplannen er grotendeels opzitten. Er zal allicht nog wel eens een daguitstapje zijn, maar voor de rest is het bittere ernst tot 8 juni. Dan is het officiële einde van de eerste zit in Salamanca en dus, als het een beetje meezit, ook van mijn studies hier.

Tweede vaststelling: de paasvakantie. In Gent is deze al bezig maar deze week begint ook Salamanca zachtjes aan leeg te stromen. Vele studenten keren de stad een week de rug toe en gaan elders genieten van hun vakantie. Ik heb nog les tot en met woensdag, zaterdag stap ik op het vliegtuig richting Charleroi.

Derde vaststelling: enkele van mijn beste vrienden vertrekken al binnen een maand. En helaas hoort mijn kotgenoot Forrest daar ook bij. Hij kwam zondag terug na twee weken reizen met het droeve nieuws dat hij vervroegd naar huis vertrekt. Samen met hem steken ook onze goede vrienden Taylor en Veronica begin mei al de grote plas over.

Vierde vaststelling: de programmatie van Rock Werchter staat online, waardoor ik met mijn vrienden al volop keuze's aan het maken ben welke concerten we allemaal zullen zien op de epische dag die 28 juni belooft te worden.

Bon, tot zover de vaststellingen. De wetenschappelijke vormgeving van deze blog verplicht mij uit deze vaststellingen conclusies te trekken. En dan zegt de captain obvious in mezelf: verdorie, het is al april! Het grootste deel zit er al op en binnenkort ben ik hier niet meer. Ik kan er dus maar beter dubbel en dik van genieten.
Tevens begin ik ook meer en meer de balans op te maken van een jaar in Salamanca. Maar die balans, mijn beste lezer, krijgt u pas gepresenteerd als het er definitief opzit. Een tipje van de sluier kan ik alvast oplichten.

“I did it my way”

Hasta luego!

woensdag 28 maart 2012

Un poco de Belgica en España

Na mijn Baskisch avontuur van vorige week had ik drie dagen rust. Al is rust natuurlijk zeer relatief als je dagelijks les om 9u hebt en daarnaast ook nog eens vanalles te doen is. Zo speelde ik maandag voor de tweede keer in mijn leven beerpong, dinsdag was onze wekelijkse uitgaansavond in de Irish Rover en woensdag stond er 5 uur les op het programma nadat ik mij 's nachts om een paar dronken mensen bekommerd had. Het hoeft dus geen verdere verklaring dat ik woensdagavond uitgeput in mijn zetel neerplofte en dacht: laat ze maar rap komen!
De volgende ochtend was het dan ook zover. Ik nam de bus naar Madrid om Stijn, Kimmy en Emma te verwelkomen, de huurauto op te halen en op roadtrip te vertrekken. 

De eerste stop was al diezelfde middag bij Valle de los Caídos. In deze vallei liet Franco in 1940 een groot herdenkingsmonument bouwen voor de slachtoffers van de oorlog. Het monument is een basiliek die in een gigantische rots is ingehouwen. De opschriften op de muren vertellen ons dat de slachtoffers zijn “gesneuveld voor God en Spanje”, wat ons al direct veel leert over welke slachtoffers Franco herdacht en welke niet.

Diezelfde avond kwamen we aan in Salamanca en genoten mijn vrienden van de gastvrijheid op de Plaza de San Justo. Alfie had zoals gewoonlijk een overheerlijk maal bereid. Daarna wou ik hen het Spaanse nachtleven tonen maar helaas hadden ze daar geen fut meer voor na zo'n lange reis. De avond erna hadden ze gelukkig wel genoeg energie om de legendarische gintonic in café Revolutum te proeven. 
Vrijdag stond dan Salamanca zelf op het programma. Ik toonde hen de kathedraal, de universiteit, de Plaza Mayor en de Puente romano. Het weer was gelukkig al een pak beter dan eerder die week. Zo konden we een ijsje eten op de Plaza Mayor en een hilarische, dansende Chinees aanschouwen waarvan het hele plein in de ban was. Zaterdagochtend vertrokken we met de auto voor een gigantische roadtrip door Castilla y Leon die ons langs Leon, Astorga, Sierra de la Demanda, Burgos en Palencia bracht. We waren in aangename steden, zagen prachtige kathedralen en reden door pittoreske dorpjes en natuur. Zondagavond waren we dan eindelijk terug in Salamanca, uitgeput maar gelukkig. 

Maandagochtend deden we nog even een gezellig uitstapje naar een industriegebied vooraleer het afscheid aanbrak. Emma, Stijn en Kimmy reden terug naar Madrid en ik bleef achter in Salamanca. 



En dat is meteen ook het (tijdelijke) einde van de grote reisplannen. Net op tijd voor Pasen ben ik terug in Vlaanderen voor een week en in de tussentijd ga ik proberen mij zo goed mogelijk op die bachelorpaper te concentreren. Al blijven er, zoals altijd, ook meer dan genoeg dingen die voor afleiding zorgen. Deze week bijvoorbeeld hebben we de verjaardag van Charlotte en het bezoek van de ouders van Prakriti. Zij zijn helemaal uit New Delhi naar Spanje gevlogen om hun dochter te bezoeken. De kennismaking was heel aangenaam, ze brachten ons typische cadeau's uit Indië en de gesprekken waren zeer interessant. En zo werd ik nogmaals herinnerd aan een van de meest geweldige aspecten van mijn Erasmus: kennismaking met mensen uit andere culturen die vaak heel verschillend en tegelijk vrij gelijk zijn. 

Hasta luego!

maandag 19 maart 2012

Luze bizi Euskal Herriko!

Terwijl ik dit schrijf, zie ik het groene landschap voorbij razen. (En al direct moet ik toegeven dat dit een leugen was gezien de trein op het moment dat ik die zin schreef, net door een tunnel reed). Tot nu toe werden deze blogs telkens op mijn bureau in Salamanca geschreven, maar een treinrit van zes uur geeft een mens genoeg tijd om eens iets nieuws te proberen. 

Laat ons voor de duidelijkheid teruggaan naar het begin van dit hele verhaal. Vrijdagavond 9 maart kwam Sarah aan in Salamanca. Het werd een tof weekend met veel vrienden en eten. Een fancy diner vrijdagavond, een fantastische lunch zaterdagmiddag en zoals gewoonlijk een luie zondag. Maandag werd dan de dag van de grote beslissing. Zouden we naar het Baskenland gaan of niet? 

Het werd een overtuigde ja. Diezelfde nacht namen we de trein om de volgende ochtend aan te komen in San Sebastian. Op een ongezond vroeg uur wachtte Jochen ons daar op. Ik ontmoette mijn naamgenoot afgelopen zomer tijdens mijn vakantiejob in het Rijksarchief. Het toeval wou dat we het volgende jaar allebei naar Spanje gingen, zij het naar verschillende steden en met verschillende intenties. Ik ging op Erasmus naar Salamanca, Jochen ging een jaar Engelse les geven in San Sebastian. Plannen om elkaar op te zoeken werden al rap gemaakt en zo geschiedde. 



Ik wou vooral naar het Baskenland om de natuur te zien. Ik genoot dan ook met volle teugen van een tocht door de bossen in de omgeving en de uitzichten op de kliffen bij de Atlantische Oceaan, op de baai in San Sebastian en de prachtige stranden. Maar onze reis was meer dan dat. In Bilbao bezochten we het Guggenheim, dat ik echter enkel van de buitenkant interessant vond, om vervolgens verder te trekken naar Gernika. 
Gernika is een klein Baskisch stadje dat tijdens de Guerra Civil volledig plat werd gebombardeerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Vandaag de dag is daar echter niks meer van te merken, op enkele musea en memorials na. Het museum van de vrede was erg interessant en schepte een duidelijk beeld van zowel de Spaanse burgeroorlog, het bombardement en het leven erna. 
We bezochten ook Hondarribia en Hendaya, twee Baskische dorpjes die toch grondig verschillen omwille van een doodsimpele reden. Hendaya ligt aan de Franse kant van de grens, Hondarribia aan de Spaanse kant. Enkel 5 minuten boottocht was het verschil tussen een plek waar uitsluitend Frans of uitsluitend Spaans gesproken wordt. We genoten van het mistige strand en de typische kleurrijke huisjes. De laatste dag was het tijd voor Pamplona, een stad die vooral bekend is voor de beschrijvingen van Hemmingway en de stierenlopen in juli (een Spaanse traditie die ik toch nooit volledig zal begrijpen).    


 





Wat mij vooral opviel was hoe weinig er Baskisch gesproken werd. Overal in de straten hoor je Spaans gemengd met Engels en Frans gesproken door toeristen. Basksich zag ik vooral geschreven. Alle borden op straat zijn tweetalig, affiches vaak enkel in het Baskisch. De laatste dag was ik getuige van nationalistische manifestaties in de straat. Overal zag je affiches voor de algemene staking, de overplaatsing van politieke gevangenen naar gevangenissen in het Baskenland en oproepen voor onafhankelijkheid. In sommige cafés hingen ook posters die verwezen naar de IRA, de Palestijnse kwestie of vrouwenrechten. 

Het Baskenland blijft dus een geval apart in Spanje. Maar er zal toch nog wat moeite nodig zijn, zeker nu we de ETA niet meer hebben om de kwestie levendig (of ook wel bloederig) te houden, om te vermijden dat het Baskische verhaal binnekort uitverteld is.

In elk geval, mijn verhaal van deze week is uitverteld.

Agur!

vrijdag 9 maart 2012

La vida madrilena

Veel steden in Spanje worden de mooiste, beste of aangenaamste stad van het land genoemd. Madrid, hoofdstad onder de reeks steden der steden is vooral de stad van de drukte. Veel mensen, veel bars, veel winkels, veel metro's, veel auto's. Van autovrije zone's hebben ze in Spanje trouwens nog niet gehoord.

Samen met Forrest verkende ik de stad drie dagen en nachten lang. Normaal kwamen er nog mensen, door omstandigheden lukte dat helaas niet. Gelukkig was er nog de lokale bevolking in Madrid. Nog eens uitgaan met Karan, een Indiër die we via Prakriti ontmoetten toen hij eens een weekend Salamanca onveilig kwam maken, was plezier verzekerd. Hij had samen met zijn vrienden het geniale plan eens Brussel te bezoeken op zaterdag maar door een foutje was de terugvlucht op dezelfde dag als de heenvlucht waardoor hun citytrip slechts 7 uur duurde. Toen ze vrijdagavond dan opeens een Belg tegen het lijf liepen, wouden ze dan ook alles weten over Brussel en hoe ze hun tijd daar zo goed mogelijk konden spenderen. Als echte Belg zijnde gaf ik hen een lijstje bieren om te proberen, helaas was dat zonder de kater gerekend die Karan overhield aan vrijdagavond. Gelukkig zijn we ook daar op voorzien in België met wafels en frieten.

                       

Maar goed, deze blog zou over Madrid moeten gaan en niet over Brussel. Er is echter iets dat Madrid niet heeft en wat dus een teleurstelling kan zijn als je dat niet op voorhand weet. Er is niet zo veel te zien. Je hebt het koninklijk paleis, het Prado, Reina Sofía, even over de Plaza Mayor en Puerte del Sol lopen en dan... Ja, dan heb je het eigenlijk wel bijna gehad. Er is ook nog El Escorial, het oude paleis van de Spaanse koningen op een uurtje trein van Madrid, dat we op zaterdag bezochten.
Wat mensen voornamelijk leuk vinden aan Madrid zijn de vele uitgaansmogelijkheden bij de Puerta del Sol en de mooie parken waarin het aangenaam vertoeven is in de zomerse warmte.

Van zomerse warmte was er helaas nog geen sprake, van vele uitgaansmogelijkheden uiteraard wel. Zoals al gezegd gingen we een avond op café met Karan en zijn vrienden, en ook wel een beetje met de dronken Schot die supergoed pool speelde. De andere avonden amuseerden we ons met aanschouwen van dronken Amerikanen, die al eens een bad nemen in de fontein op Puerta del Sol, door te converseren met enkele Spanjaarden die vol lof waren over ons Spaans en door in al onze naïviteit een promotor te volgen die (zo bleek) ons niet naar een café maar naar een hoerenkot bracht.

              

U leest het: het weekend was best geslaagd.

Hasta luego!

dinsdag 28 februari 2012

I like to be in America

Er was een tijd waarin we allemaal droomden over Amerika. In Europa was er oorlog, ellende, honger en verdrukking. In Amerika was er vrijheid, verdraagzaamheid en rijkdom. Generaties lang verlieten mensen alles wat ze hadden in de oude wereld en werden ze bij aankomst in New York verwelkomd door het Vrijheidsbeeld. Immigranten bouwden er een nieuwe samenleving op die beter en grootster zou zijn dan wat ze ooit gekend hadden. En toen het in de oude wereld helemaal vierkant draaide en fascisme het hele continent inpalmde, waren het de Amerikanen die ons kwamen bevrijden met chocolade, sigaretten en Coca Cola. 
Tijden zijn veranderd. In plaats van vrijheid brengt de VS ons vandaag oorlog en economische crisis. Men is er bang van alles. Van hun eigen regering die te veel macht krijgt met de 'health care bill', van de groei in China, van de oorlog, van terrorisme en vooral van buitenlanders. Het land dat ooit opgebouwd werd door immigranten bouwde zelfs even muren aan zijn grens met Mexico en kruipt beetje bij beetje terug in zijn schelp. 
Amerikanen worden niet meer bewonderd maar uitgelachen. Ze worden gemeden wegens te luid, te dronken en hun onwil/onkunde om Spaans te praten. En als ze het al kunnen is het met meest vreselijke accent dat je je kan inbeelden.

Nu, het dient gezegd te worden: er zitten er ook wel toffe tussen. Mijn kotgenoot Forrest bijvoorbeeld beantwoordt slechts op weinig vlakken aan het stereotiepe beeld dat wij erop nahielden van Amerikanen. Hij is een rustige, sympathieke jongen die goed Spaans spreekt en helemaal geen probleem heeft om met mate te drinken. 
Via hem en Prakriti heb ik er een heel pak ontmoet. De ene beantwoordt enorm aan het cliché, de andere amper of niet. In elk geval: ze zijn doorgaans wel vrij sympathiek.



Afgelopen zondag deed ik met drie Amerikanen een tripje into the wild. Het werd een fijne dag met enkele pittoreske dorpjes en een fikse wandeling. Het deed mij soms verdacht veel aan de Ardennen denken. Overal bos, nog een beetje herfstkleuren in het landschap, hier en daar een klein watervalletje en op het einde een dorpje waar er in het enige café een aantal bejaarden zaten te kaarten en een beetje later naar voetbal te kijken.


Het was dus eens iets anders de laatste twee weken. Eerst een klein, charmant, typisch dorpje met stierengevechten en de week erna een tripje in de natuur. Maar genoeg daarvan. Als de tussentijdse deadline voor mijn bachelorpaper op 1 maart erop zit, wordt het eindelijk tijd voor de stad der steden. Madrid, de hoofdstad van Spanje. Stad van de hitte in de zomer, de kunst in het Prado, de aangename sfeer in de barrios en de fiesta en indignados op de Puerta del Sol. Tot nu toe ben ik er slechts heel even geweest, tijd dus om de stad volledig in mij op te nemen. 

Hasta luego!

maandag 20 februari 2012

La segunda primera semana

Maandagochtend, 9 uur. Start van de tweede helft van het academiejaar. Tijd dus voor een tweede eerste week in Erasmusland.

De gelijkenissen met de eerste week in september waren er. Ik ging weer op zoek naar de juiste aula, zocht een zitplaats ergens eenzaam in het auditorium, keek rond mij op zoek naar mensen om mee kennis te maken en wachtte ondertussen op de prof die uiteraard te laat was.
Er waren ook verschillen. Ik wist welke lessen ik zou nemen, af en toe bleek er al eens een bekend gezicht in de les te zitten en de prof sprak een taal die ik ondertussen wel vrij goed begreep. Deze keer panikeerde ik ook niet bij het horen van een taakje zoals menig ander buitenlandse student wel doet.

Ik ontmoette sympathieke mensen, had een beetje smalltalk en bekeek wat mij te wachten stond. Vier nieuwe vakken: Política y violencia en la España de los años 30, Estado y nación en la España Contemporánea, Historia de la España Actual en Historia de América Latina actual.
Ze bleken allemaal interessant en ook doenbaar. Niet te veel taakjes en een haalbaar examen. Wel geen cursussen of powerpoint waardoor ik aangewezen ben op twee zaken: mijn sterke wil om lessen bij te wonen en te noteren of mijn vermogen tot netwerken om notities te bemachtigen. Allicht zal het een combinatie van beide worden.

Maar een ding onthield ik uit het eerste semester. Je hebt twee soorten mensen. Mensen met wie je in de les zit en mensen met wie je uitgaat en toffe dingen doet. Ook voor het tweede deel was ik aangewezen op twee zaken: mijn reeds bestaande vriendenkring en onze gezamelijke sociale vaardigheden. Een ideale combinatie. Zo ontmoetten we twee Waalse meisjes, een Zwitser en een hele hoop Amerikanen bovenop de Mexicaan, Indiër, Canadees, Brit, Amerikaan en mezelf die we reeds hadden. Samen vormt dat een diverse, jolige bende om een stapje in de wereld te zetten en carnaval te gaan vieren in Ciudad Rodrigo. Dat is een dorp op een uurtje van Salamanca waar we genoten van stierengevechten, kermis en het amusement bezorgd door dronken Amerikanen. 

 

 

Een andere vaste waarde die ik hier opgebouwd heb zijn de luie zondagen. Vandaag was echter een uitzondering. Na uit te slapen en wat te lezen bleek het weer te mooi te zijn om binnen te zitten. Samen met Forrest ging ik een terras doen, daarna frisbee spelen met een hele hoop Amerikanen om af te sluiten met een lekker Belgisch biertje in Revolutum, de bar waar Alfie werkt en waar ook Mathieu en Charlotte bleken te zitten. De dag eindigde in de zetel met de film 'De Zaak Alzheimer' met Engelse ondertitels, een introductie Belgische cultuur voor Forrest.

Hasta luego!

donderdag 16 februari 2012

Dime quién soy

Vannacht had ik een bizarre droom. Ik was in Gent en zat op een bus van De Lijn onderweg naar... Wel ja, geen idee naar waar eigenlijk, en dat is meteen de rode draad. De chauffeur van de bus was de enige echte Jacques Pottie. Na een kleine stop aan mijn kot reed de bus verder en besloot ik samen met Adriaan en Hanna af te stappen aan de Korenmarkt. Daarna moesten we onze trein halen naar Rock Werchter en het leek ons een goed idee iets eetbaars in Gent te kopen want op Rock Werchter zou dat veel te duur zijn. Ik zag een Panos en had plots heel veel zin in een lekkere smos (zonder tomaten uiteraard) gezien ik dat al lang niet meer gegeten had bij gebrek aan Panos in Spanje. Ik stapte dus de winkel binnen maar wat zag ik? Opeens was de Panos een tapasbar. De kaart was helemaal in het Spaans en ik vertaalde voor Adriaan en Hanna.
Hoe ik uiteindelijk nog aan eten geraakt ben, zullen we nooit weten want mijn droom hield daar op, ik werd wakker, at een kom cornflakes en begon deze blog te schrijven.

Om deze droom te begrijpen moeten een aantal dingen vermeld worden. Gedurende mijn reis door Andalousië was ik een loko (op zijn Vlaams, niet op zijn Spaans) die toeristen hielp in wat voor hen een vreemd land was waar ze de taal niet van spraken. Terwijl ik mij hiermee bezighield vertrokken alle Vlaamse Erasmussers in Salamanca en bleef ik als enige over.
Maar er is een hele lading nieuwe Vlamingen in Salamanca aangekomen en die heb ik maandag ontmoet. Allemaal heel vriendelijke en sympathieke meisjes. Toch voelde ik mij vrij anders dan hen. Ze liepen rond met een plannetje van de stad die mij zo vertrouwd is, hadden veel moeite om zich uit te drukken in het Spaans en hadden nog nooit gehoord van de meeste tapas op de kaart.

Conclusie van haar verhaal: ik heb een kleine identiteitscrisis. Gisterenavond had ik eerst een 'conferencecall' met de Korianderstraat en keek ik daarna naar de film van Code 37. Het zicht op Gent, de torens en de Sint-Pietersabdij, stemden mij melancholisch. De plannen om in de paasvakantie terug te keren naar Gent en op 28 juni naar Werchter te gaan hebben mij samen met de film en het telefoongesprek lichtjes verward.

De vraag stelt zich: wie ben ik nu eigenlijk? Laat ons de potentiële antwoorden eens overlopen.
  • Vlaming. Eerste vaststelling in deze analyse is de taal die ik spreek. Nederlands met een Vlaams accent. Dit maakt dat ik het meest efficient communiceer met andere Vlamingen en de drempel om een band op te bouwen met andere Vlamingen iets kleiner is. Het is ook verbazingwekkend hoe makkelijk Vlamingen elkaar in Salamanca opzoeken. Op twee dagen had ik ze in september quasi allemaal gevonden en de nieuwe Vlamingen hebben elkaar ook heel rap gevonden. Met sommigen zijn daar mooie vriendschappen uit gegroeid. 
  • Belg. De mensen die mij goed kennen, fronzen nu allicht hun wenkbrauwen. Mijn mening over Belgische identiteit is altijd geweest dat deze zich beperkt tot frieten en bier. Ons Belgenlandje heb ik altijd als een mislukte mop gezien. In het buitenland zie je echter ook andere kanten van het verhaal. Als je jezelf voorstelt, wil je de dingen zo eenvoudig mogelijk houden en vertel je dat je uit Belgium/Belgica komt. Belgium/Belgica is het land van bieren, wafels, chocolade, frituren en waar de mensen de politiek liefst ver van zich afhouden. En kijk eens aan, die eigenschappen vindt je ook terug in Wallonië. Er zijn zelfs taalkundige overeenkomsten gezien de gemiddelde Fransman raar kijkt bij het horen van de woorden GSM, septante, nonante, à l'aise,... 
  • Salmantino/Spanjaard. Na een maand heb ik mezelf als geïntegreerd bestempeld. Ik weet mijn weg, ken de goede café's, heb een vast lessenrooster met vakken waar ik min of meer weet wat bij te verwachten en spreek de taal van de bevolking. Een Spanjaard ben ik daarmee echter nog lang niet. Mijn verblijf in dit land is tijdelijk zoals dat het geval is bij de meeste mensen die ik hier ken. 
  • Europeaan. Als zijnde een Belg ben ik geboren en getogen in het centrum van Europa. Tevens ben ik de enige Europeaan op mijn kot. Als de gesprekken gaan over de eurocrisis, gaat dat voor mijn kotgenoten over een buitenlands probleem terwijl dit voor mij over harde realiteit gaat die mij effectief bezighoudt en een belangrijk deel van mijn toekomst zal bepalen. Ik spreek Engels, Frans en Spaans en een beetje Duits. Ik spreek dus alle belangrijke talen van dit continent. Tevens volg ik de politiek van de Europese landen en heb ik een vrij Europese visie op de Amerikaanse wereldpolitiek. 
  • Wereldburger. Op zich vind ik dit een belachelijk woord gebaseerd op een vals links idee dat we allemaal mensen zijn onderverdeeld in klasses, uitgebuit door het kapitalistisch systeem, solidair met onze mede-onderdrukten. Allemaal gezever dus. Wat ik wel geweldig vind aan mijn wereldburgerschap is het ontmoeten van Indiërs, Amerikanen, Japanners en Brazilianen. Heel erg boeiend om mensen te ontmoeten die heel verschillend zijn maar soms ook heel gelijk. 

Soms mis ik Gent en mijn vrienden daar. Ik voel mij verwant met de andere Vlamingen hier en ook met Franstalige Belgen. Ik geloof sterk in Europa en ik ben gefascineerd door de wereld rondom mij.

Ik ben een beetje vanalles. En ik vind het geweldig.

I'm a bit of everything. And I love it.

Soy un poco de todo. Y me encanta.

Je suis un peu de tout. Et j'aime ça.


Hasta luego!